
Deze pagina dragen wij op aan mijn vader Albertus
Johannes Rensen en zijn bevrijders, de familie Bosman. Met dank aan
Olav Petram van Kamp Amersfoort voor
het ter beschikking stellen van de archiefgegevens.
Door zoon L.W.J. Ben Rensen
- met
← komt u altijd weer terug op
deze pagina-
Direct naar de bevrijders, de familie Bosman
Albertus Johannes Rensen, roepnaam
Hutten Bats.
Dit
verhaal gaat over mijn vader Albertus Johannes Rensen geboren op 7-2-1917.
Vader is op 75- jarige leeftijd overleden op 3 maart 1992 in Haarle. De opa van
mijn vader was Albertus Rensen 1847- 1915, mijn overgrootvader. Hij was
eerder gehuwd met Maria Hutte 1848 – 1879, nadat zij op 31 jarige leeftijd
overleed, hertrouwde Albertus Rensen met Regina Veldkamp. Uit dit huwelijk
werd onder anderen mijn opa Willem Rensen 1890 – 1968 geboren. Willem Rensen
trouwde met Antonia Stephana (Toos) Boers 1877 – 1944 (mijn oma). Uit hun
huwelijk is onder anderen mijn vader Albertus Johannes Rensen geboren,
roepnaam Hutten Bats. Door het eerste huwelijk van mijn overgrootvader
Albertus Rensen met Maria Hutte werd deze tak van de Rensen familie in de
regio in de volksmond voortaan Hutte genoemd. Alhoewel mijn opa feitelijk
geen kind van haar was werd hij voortaan Hutten Wilm genoemd en mijn vader
Hutten Bats. Zijn roepnaam Bats was een afgeleide van Albertus (Bertus) Bats
en zo Hutten Bats. Vrijwel iedereen in het dorp had wel zo'n plaatselijke
officieuze naam. Deze bijnamen werden ook wel scheldnamen genoemd, maar voor
ons was het een erenaam. De naam Benne van de Hutte, visa versa, wordt
steeds minder c.q. niet veel meer gebruikt.
==>
Zie onze stamboom
In dienstbetrekking als boerenknecht en open TBC 1929 - 1937

Zoals dat in die jaren bij eenvoudige boeren gebruikelijk was, werd mijn vader op 12- jarige
leeftijd verhuurd als boerenknecht. Je ging met een hutkoffer met schamele
bezittingen steeds voor een jaar in dienstbetrekking tegen een klein loon met kost
en inwoning. Hij kon daar slecht tegen en had veel last van heimwee. Juist
in de groei van zijn leven op zijn 14e kreeg hij open tuberculose aan zijn
rechter heup en been. Sommigen meenden dat zijn heimwee hem daarbij parten
had gespeeld. Daardoor bleef zijn rechterbeen ongeveer 10 cm korter. Dat was
destijds een ernstige en besmettelijke ziekte. Je werd als melaatse
behandeld. Hij heeft daar nooit over geklaagd en is daar altijd positief mee
omgegaan. Zodra zijn leeftijdgenoten schaatsten op de Eendenplas verkocht
hij daar chocolademelk. Ook voor het fietsen had hij een oplossing gevonden.
Aan de rechterkant van de fiets bij de kettingkast, dat was de kant van zijn
manke been, werd de trapper met crankarm bij de trapas afgezaagd. Zijn rechterbeen
rustte tijdens het fietsen op de kettingkast. Aan de linkerkant van de
fiets was de trapper voorzien van een leren insteekriem waar zijn voet
inging, zodat hij met 1 been kon duwen en trekken. Hij was wel zo sterk dat
menigeen met twee goede benen moeite had hem bij te houden. Het accepteren
van deze handicap heeft hem mede gevormd. Hij had er geen moeite mee te
worden geholpen bij zijn dagelijkse werkzaamheden.
Het blijversrechts bepaalde dat veehandelaar A.J. Rensen boer moest worden
In 1877 schreef de Hellendoornse notaris Dr. Cohen een boek als proefschrift
over
het
blijversrecht Het
eerstgeboorterecht voor de oudste zoon, die de boerderij moest verkrijgen,
blijft daar tot op heden onder de naam
"blijversrecht" het
erfrecht beheersen. Deze kennis kwam mij goed van pas op het mondelinge
examen voor de beëdiging als makelaar in onroerend goed. Op grond van dit
blijversrecht was
mijn vader, alhoewel hij eigenlijk veehandelaar was, voorbestemd als
opvolger van de boerderij van mijn grootvader Willem Rensen. Naarmate hij
ouder werd gedroeg Hutten Bats zich ook steeds meer als opvolger van de
boerderij. Het "handelen" heb ik ongetwijfeld van hem geleerd.
==> Lees hier meer over het blijverrechtDe 2e wereldoorlog 1940-1945
Op 10 mei 1940 viel het
Duitse leger het neutrale Nederland binnen. Dit is het begin van vijf dagen
ongelijke strijd die eindigt met het bombardement van Rotterdam en de bezetting
van Nederland. Mede door zijn (been) handicap was
vader gewend te vechten en voor zichzelf op de komen. Mijn vader was plichts- en gezagsgetrouw,
daarnaast bepaalden zijn
streng katholieke geloof en zijn afkeer tegen de Duitser bezetter, die door hem
steevast moffen werd genoemd, wellicht voor een groot deel zijn, in de ogen van
de moffen, “subversieve” activiteiten. Die “subversieve” activiteiten, werden
door de Duitsers betiteld als zwarthandel en de daders als zwartlappen. Mijn
vader slachtte clandestien een koe en met de bedoeling daarmee gezinnen van rundvlees
producten te vorzien. Dat was tegen het zere been van de Duitse bezetter.
Hij was er de man niet naar daar misbruik van te
maken. In het boek "Haarle van bezetting naar vrijheid"
las ik daarover op bladzijde 21:
"Er bleef echter ook wel eens een koe gust,
zogenaamd. Het kalf dat dan geboren werd, werd verstopt. Kreeg een koe eens
twee kalveren, dan zat het helemaal goed, een kon er dan worden verstopt.
De dieren werden stiekem geslacht en de laatste schreeuw, zo
zei men, was de laatste groet aan Hitler, die het dier zo graag had gehad,
maar het niet kreeg!" Hier wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen
zwarthandel en deze manier van clandestien slachten.
===> Haarle van bezetting naar vrijheid
===> Lees
hier wat mijn vader nog meer deed in de oorlog
Politiebureau Raalte,
Oranjehotel Scheveningen, doorgangskamp Vught naar Kamp Amersfoort
Raalte
Het politiegebouw in Raalte in 1942 bevond zich in
het gebouw aan de Hoofdstraat 13. Dit voormalige politiebureau werd in 2016
nog beschreven als het oude postkantoor, dat destijds al rijp was voor
sloop. Locatie: Het pand bevond zich aan de Hoofdstraat 13. Herkomst: Het
gebouw was zowel een politie- als een postkantoor. Huidige staat: Het pand
is in 2016 gesloopt.
Documentatie: Het gebouw is te vinden in de
historische archieven van de gemeente Raalte, zoals beschreven in het
rapport "Douma-locatie te Raalte".
Het oranjehotel Scheveningen

Nazi-gevangenis
Het Oranjehotel was de bijnaam voor de Scheveningse gevangenis tijdens de
Tweede Wereldoorlog. Sinds 2019 is het een herinneringscentrum én museum.
Ruim 25.000 mensen zaten hier tussen 1940 en 1945 opgesloten voor verhoor en
berechting. Opgepakt voor handelingen die de Duitse bezetter als overtreding
zag. Verzetsmensen, maar ook Joden, communisten, Jehova's getuigen en
zwarthandelaren. Al in de oorlog werd de gevangenis het ‘Oranjehotel’
genoemd. Een ode aan de verzetsmensen die hier vastzaten. Bekende en
onbekende gevangenen. Onder de gevangenen zaten bekende mensen, zoals de
'Soldaat van Oranje' Erik Hazelhoff Roelfzema, Rudolph Cleveringa, Titus
Brandsma, George Maduro, Pim Boellaard, Corrie ten Boom, Trix Terwindt,
Anton de Kom, Simon Vestdijk, Henri Pieck en Heinz Polzer (Drs. P.), samen
met vele andere, minder bekende personen, zoals mijn vader A.J. Rensen, hij
was daar maar kort, zijn gegevens zijn niet in
het
archief digitaalmonument.oranjehotel.org terug te vinden. Voor velen
van hen was het Oranjehotel het beginpunt van jarenlange opsluiting in
verschillende Duitse gevangenissen en concentratiekampen. Voor ruim 250
gevangenen was dit het eindpunt. Zij werden gefusilleerd op de nabijgelegen
Waalsdorpervlakte, mijn vader werd op transport naar Vught gezet.
==> archief digitaalmonument.oranjehotel.org Vanuit Scheveningen naar doorgangskamp Vught

Concentratie- en doorgangskamp Vught was in gebruik van 13 januari 1943 tot
16 september 1944. Het stond onder beheer van de SS, in tegenstelling tot de
andere Nederlandse kampen. In totaal werden er circa 32.000 mensen in het kamp
gedetineerd, zowel Joodse als politieke gevangenen. De meeste transporten vanuit
Kamp Vught gingen naar Kamp Westerbork. Mijn vader ging op transport naar Kamp
Amersfoort.
Via Vught naar Kamp Amersfoort
Alhoewel de afschuwelijke hongerwinter van 1944 nog
moest komen, was er ook in de winter van 1942 - 1943 al voedsel- en
brandstofschaarste, vooral in de grote steden. Op het platteland was het
gemakkelijker iets te verbouwen en te ritselen, zodoende was er voldoende te
eten. Wij hadden een boerderij met een boomgaard met pruimen, bessen, kersen,
appels en peren. In de moestuin werden groenten verbouwd en op het land
ondermeer aardappelen en granen. Mensen van heinde en ver wisten ons te vinden,
er waren ook logés uit de stad op onze boerderij. Mijn vader was destijds
veehandelaar en wist precies hoe je dat "varkentje" kon wassen. In de winter van
1942 – 1943 had mijn vader clandestien een koe geritseld en geslacht. Toen een
afnemer met vlees en/of vet achterop zijn fiets in het donker een Duitse
patrouille zag aankomen werd hij bang en gooide zijn pakket in de berm. Helaas
vonden de Duitsers dat. Ze riepen hem terug en zetten hem zwaar onder druk,
waarna de naam van mijn vader werd genoemd. Mijn vader werd daarop opgepakt en
overgebracht naar het politiebureau in Raalte en vandaaruit op transport gezet
eerst naar Oranjehotel Scheveningen "das Deutsches Untersuchungs- und
Strafgefängnis", maar in de volksmond kreeg het de bijnaam Oranjehotel vanwege
het grote aantal verzetsmensen dat erin gevangen zat. Het is nu een nationaal
monument en herinneringscentrum, daar werd hij een paar dagen ondervraagd en
gevangen gehouden. Daarna ging hij omstreeks 13 januari 1943 op transport naar
de gevangenis in Vught. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heette dat officieel
Konzentrationslager Herzogenbusch. Het was een Duits concentratiekamp en werd
tijdens de oorlog ook gebruikt als gevangenis en interneringskamp. Na een korte
periode werd hij wederom op transportgezet en belandde hij tenslotte in de
winter van januari 1943 in Kamp Amersfoort, waar hij op 25 juni 1943 door de
familie Bosman uit Amersfoort werd bevrijd.
Kantoorbarak Kamp Amersfoort in de winter 1941 - 1942
==>Klik hier voor meer informatie over de oorlogsjaren van mijn vader A.J. Rensen alias Huttn Bats
Bezoek kamp Amersfoort
Nadat ik in de krant had gelezen dat het archief van het Kamp Amersfoort was
opengesteld, heb ik mij daar schriftelijk gemeld met al mijn beschikbare gegevens van mijn
vader. Een paar dagen later kreeg ik een positief antwoord van Olav Petram. Mijn
vader was gevonden, hij had kampnummer 3074. Op uitnodiging van Olav Petram, vrijwilliger en archivaris van Kamp
Amersfoort, hebben mijn vrouw Marjo, mijn dochter Irmela en ik op vrijdag 21 juni 2024
het Kamp Amersfoort bezocht. Hieronder staat het antwoord van Olav Petram,
vrijwilliger van het Kamp Amersfoort. Olav en de andere vrijwilligers vertelden mij dat de negatieve
benamingen vanuit de ogen van de Duitsers moet worden gezien. Voor ons waren het
doorgaans betrouwbare, gewaardeerde medeburgers.
Het verlossende e-mailbericht:
Geachte heer Rensen,
Dank dat u belangstelling hebt getoond voor Kamp
Amersfoort. Ons onderzoeksteam heeft in de afgelopen jaren met succes 35.789
van de circa 47.000 gevangenen (waaronder circa 2600 Joodse gevangenen) die
in Kamp Amersfoort hebben gezeten kunnen identificeren. Wij doen onderzoek
in archieven van bestemmingskampen, memoires van gevangenen, naoorlogse
processen verbaal en transportlijsten. Bij onze zoektocht krijgen wij
eveneens veel ondersteuning van familieleden. Ook in de toekomst blijven wij
met ons speurwerk doorgaan en proberen wij puzzels compleet te krijgen om zo
de (oud-) gevangenen te herdenken en nabestaanden te kunnen informeren.
U heeft een aanvraag ingediend om nadere informatie te verkrijgen over
Albertus Rensen. Wij hebben de heer Rensen in ons archief gevonden.
Op welke datum Albertus Rensen naar Kamp Amersfoort is overgebracht is niet
bekend. Hij werd gearresteerd omdat hij in de ogen van de Duitsers
‘Asociaal’ zou zijn. Zij werden ‘zwartlappen’ genoemd, vanwege het zwarte
merkteken op hun gevangenenkleding dat hun ‘asociale’ status aanduidde. Er
waren verschillende redenen om zo te worden aangemerkt.
Zo waren er
doorgewinterde criminelen, schuldig aan commune delicten, zoals de 23
verdachten van een spectaculaire overval op een Amsterdams
distributiekantoor. Maar vaak waren verdenkingen voor economische delicten
alleen al grond om opgesloten te worden. Zo werd de 18-jarige Stef Calis
beschuldigd van diefstal van wol en Ajax-voetballer Gerrit Nieuwkamp van
verduistering van distributiebewijzen. In het najaar van 1942 werden uit het
Oranjehotel zo’n achthonderd vermeende handelaren in voedselbonnen naar Kamp
Amersfoort gestuurd. Andere ‘zwartlappen’ waren opgepakt om hun afwijkende
levensstijl, zoals kermisklanten, zwervers of woonwagenbewoners. Tot slot
werden ook werkweigeraars en contractbrekers beschouwd als ‘asociaal’. Dit
waren mannen die bijvoorbeeld een arbeidsovereenkomst hadden met een bedrijf
in Duitsland, maar tijdens een verlof niet terugkeerden.
Hij werd bij
aankomst in de administratiebarak ingeschreven. De gevangenen kregen een
nummer; van toen af had men geen naam meer maar waren zij een nummer. Rensen
kreeg kampnummer 3074. Geld, horloges en andere waardevolle persoonlijke
spullen moesten worden afgegeven. Na de inschrijving ging men in afmars naar
de kledingbarak en werd men ‘omgetoverd’ tot Häftling. De gevangenen kregen
oude afgedankte kleding van de PTT, het Nederlandse leger of andere
instanties. De schoenen werden omgeruild voor klompen. Pasten ze niet dan
moest men maar zien of er geruild kon worden. De barak was een langwerpige
ruimte met in het midden een gangpad en aan beide kanten een lange rij
stapelbedden van drie verdiepingen.
Na het ochtendappel (07.00 uur)
en een zeer mager ontbijt werden de gevangenen aan het werk gezet. Er
vertrokken commando’s, zoals de groepen werden genoemd, naar hun werk buiten
het kamp (waaronder bosarbeid, werk rond en op de vliegbasis Soesterberg).
Andere gevangenen werden in het kamp zelf tewerkgesteld (keukenploeg,
aardappelschilploeg, schoonmaakploeg etc). De Joodse gevangenen kregen
veelal fysiek zeer zwaar werk en waren mikpunt van ernstige mishandelingen.
Vanuit Kamp Amersfoort gingen ruim 800 transporten naar andere
bestemmingen waaronder beruchte concentratiekampen zoals Neuengamme. De
sterfte onder de laatste transporten met dwangarbeiders vanuit Kamp
Amersfoort was erg hoog. Van het transport op 11 oktober 1944 van 1438
mannen naar Neuengamme kwam 82% om. Het laatste transport naar Neuengamme
van 15 maart 1945 van 256 mannen leidde in minder dan twee maanden tot een
sterfte van ruim 70%.
Begin 1943 was het plan om Kamp Amersfoort te
sluiten (later teruggedraaid). Ruim 2000 gevangenen werden overgebracht naar
Kamp Vught. Volgens een document zou Albertus Rensen op 25 januari 1943 naar
Vught zijn overgebracht. Dan wordt het wat onduidelijk. Het kan zijn dat
Albertus Rensen later in 1943 weer is teruggegaan naar Amersfoort. De
gevangenen moesten lopen vanaf station Amersfoort via de Kapelweg naar Kamp
Amersfoort. Op de Kapelweg nummer 42 woonde de tuinbouwer Bosman. Het is
zeer wel mogelijk dat hij Albertus heeft geholpen om de rij te verlaten.
Aanwijzingen dat Albertus Rensen in het Oranjehotel heeft gezeten hebben
wij niet gevonden.
Tot zover onze informatie die wij hebben kunnen
achterhalen.
Graag maken wij een verzoek aan u kenbaar. Voor ons
onderzoek worden wij vaak ondersteund door documenten met voor ons
waardevolle historische informatie. Indien u nog documenten/spullen uit de
oorlog hebt (brieven, dagboeken etc) dan doen wij een oproep op u om te
overwegen om deze aan Nationaal Monument Kamp Amersfoort te schenken. Uit de
praktijk blijkt dat wij aan de hand van schenkingen weer stappen in ons
onderzoek kunnen zetten. Daarnaast kunnen wij de dossiers van de gevangenen
die in Kamp Amersfoort hebben gezeten completeren en voor de toekomst
museaal behouden. Er is altijd een mogelijkheid om bij u langs te komen om
eventuele documenten nader te beoordelen.
Wilt u Kamp Amersfoort
komen bezoeken dan van harte welkom. Op dit moment is er een boeiende
tentoonstelling over gedwongen tewerkstelling in Duitsland met specifieke
aandacht voor de circa half miljoen Nederlanders (20% van de
beroepsbevolking) die als dwangarbeiders in het kader van de Arbeitseinsatz
naar Duitsland werden getransporteerd. Ongeveer 30.000 Nederlandse mannen
overleefden dit niet. Na de oorlog was er weinig tot geen erkenning voor
deze mannen. Lang kregen zij geen plek in de publieke cultuur. Aan de hand
van mémoires, persoonlijke voorwerpen en audiofragmenten vertellen
ex-tewerkgestelden hun verhaal. U kunt voor uw eventuele bezoek raadplegen
Als u nog aanvullende vragen hebt, dan vernemen wij dat graag van u en voor nu hopende u van
dienst te zijn geweest.
Met vriendelijke groet,
Olav Petram
olav@kampamersfoort.nl
www.kampamersfoort.nl
Kamp Amersfoort
Mijn vader was een van de totaal ongeveer 47.000 gevangenen, waarvan
ongeveer 700 vrouwen en 200 kinderen.

Foto van vrouwen in Kamp Amersfoort.
==> Klik
hier voor meer informatie over de vrouwen in Kamp Amersfoort
Ons bezoek aan Kamp Amersfoort

Vanaf de parkeerplaats zie je al dit beeld naar het Kamp Amersfoort opdoemen.

De entree van het Kamp Amersfoort met de enige bewaarde grote wachttoren van de vier oorspronkelijke.
Er waren wel meer kleinere wachtposten
in het kamp zelf.
Het museum Kamp Amersfoort
Nadat men bij de receptie hoorde dat mijn vader daar in 1943 had "gezeten" werden
we met enthousiasme en belangstelling ontvangen. Voor het museumbezoek hoef
je niet vooraf in te schrijven, in de weekenden en tijdens schoolvakanties
kun je ook een rondleiding boeken. We hebben er diverse foto’s gemaakt. Het
sterke punt is dat inmiddels een uitgebreid archief is opgebouwd met veel
beeld- en geluidmateriaal. Helaas zijn veel barakken en andere gebouwen
geheel of deels verdwenen. Wel zijn alle gebouwen met nummer en uitleg terug
te zien op maquettes. In het museum krijg je na het betalen van de
entreekosten een plattegrond en een geluidskastje overhandigd in de vorm van
een kleine iPhone. Er is een route met geluidpunten gemaakt te herkennen aan
een soort wifi embleem. Op de gehele route zijn er "wifi" geluidspunten waar
je het kastje tegenaanhoudt als bij een draadloze betaling. Nadat je een
piep hoort, volgt het gedetailleerde geluidsfragment.
De Maquette, plattegrond met verklarende nummers

Hieronder staan de gebouwen zo goed mogelijk verklaard

|
1 Toegangspoort
Hoofdpoort
|
9
Bunker arrestantencellen
|
18 Slaap
barak
|
|
2 Kantoor
hoofdwacht magazijn
|
10 Garages en administratie
|
19
Slaap barak
|
|
3a Woonruimte SD/SS
|
11 Toegangspoort gevangenkamp
|
20 Werkplaats
|
|
3b Stafbarak linksboven horizontaal
|
12 Wachttoren bij poort werkploegen
|
21
Was barak
|
|
4
Kantoor Kotalla
|
13 Appelklok
|
22
Was barak
|
|
5
Fourier
|
14 Appelplaats gevangen
|
23
Ziekenbarak
|
|
6
Staf kantoor
|
15 Rollen prikkeldraad
|
24 Keuken
|
|
7 Links
Kantine
|
16 Slaap barakken
|
25 Bekledingskamer
en houtzagerij
|
|
7 Rechts
Keuken
|
17 Rozentuin
|
26 Slaap
barak
|
|
8 Bunker
met kluis
|
|
|
Zodra je het museum uitloopt kom je op een omsloten binnenplaats met koolas of Ardenner split als ondergrond,met daarop
een maquette
met uitleg, die binnenplaats was de appelplaats. Er zijn verschillende plattegronden
in omloop.
Dat komt door de diverse verbouwingen, zo werden er barakken
uit Parijs gehaald die hier bekend werden onder de naam
"Parijse barakken". Er was ook een Russische barak. Bovenstaande indelingsversie is van juni 1945
Onder:
De beruchte en gehate strafplek de met prikkeldraad afgezette Rozentuin.
Deze bevond zich achter de appelplaats iets links van het midden
op de maquette afbeelding hierboven..

Ingang naar de beruchte strafplaats "De Rozentuin" met bijbehorend monument..
Gevangen werden hier urenlang in een ongemakkelijke houding gezet en
afgeranseld als ze dat niet volhielden.


Het bureau van de kampcommandant met de teruggeschonken typemachine van de
kampadministratie
Let op het SS-teken boven op de cijfertoets 5.
Op de imposante fotowand vonden wij onze vader terug

Mijn vrouw Marjo vindt de foto van mijn vader tussen andere gevangen op de
imposante fotowand in Kamp Amersfoort.

Voor de fotowand staat een plateau met toetsenbord waarmee je op naam kan
zoeken.
Als je de naam hebt gevonden wordt de foto verlicht op de gigantische fotowand.
De laarzen van de kampcommandant
Op de appelplaats staan de twee originele grote leren laarzen van de wrede
kampcommandant Karl Peter Berg.
Achter deze laarzen zijn de voetstappen van
de gevangenen vastgelegd in metalen zolen.
Op de foto sta ik achter de
laarzen op een van de voetstappen waar mijn vader destijds heeft gestaan.
Bizar...
Dit was voor mij een aangrijpend moment tijdens ons
bezoek aan het kamp Amerfoort. Op de voorgrond de bewaarde laarzen van de
kampcommandant met vastgelegde metalen voetstappen van de gevangen. Op de foto
sta ik letterlijk in zijn voetstappen, op de plek waar mijn vader 81 jaar
geleden (2024) tegenover de brute kampcommandant op apel stond. Alsof ik het zelf op
dat moment voelde....
Foto Links: Kampcommandant Walter Heinrich
Foto Rechts: Karl Peter Berg



Op 31-jarige leeftijd, in augustus 1941, werd Walter
Heinrich benoemd tot kampcommandant van Kamp Amersfoort. In die functie was
hij verantwoordelijk voor veel geweld, blijkt uit de speurtocht. Zo nam hij
evenals zijn opvolger Karl Peter Berg hoogstpersoonlijk deel aan de executie van 77 Sovjet-krijgsgevangenen. Tot
maart 1943 was Heinrich kampcommandant. Heinrich werd wegen "ziekte"
overgeplaatst naar Den Haag, waar hij in februari 1945 spoorloos verdween.
Hij werd nooit gevonden en kon zo niet worden berecht. Heinrich werd op 1 maart 1943 vervangen door Karl Peter Berg, zijn
voormalige plaatsvervangend commandant.
==> Lees hier meer over de verdwijning van Walter Heinrich
Opvolgend kampcommandant Karl Peter Berg
1-3-1943 - 19-4-1945
Karl Peter Berg (Bad Honnef, 18
april 1907 – Weesperkarspel, 22 november 1949) was een Duitse
kampcommandant, die na de Tweede Wereldoorlog de doodstraf kreeg vanwege
oorlogsmisdaden die hij had begaan tijdens de Duitse bezetting van
Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij lid van
de SS, de militaire tak van de Duitse nazipartij, met de rang van
SS-Hauptscharführer. Vanaf juni 1941 tot de opheffing in oktober 1941 was
hij commandant van concentratiekamp Kamp Schoorl.
Later kwam Berg naar
Kamp Amersfoort en werd daar Schutzhaftlagerführer II (tweede
adjunct-commandant) onder SS-Obersturmführer Walter Heinrich. Vanwege ziekte
van Heinrich werd hij al snel aangesteld als Stellvertretener
Schutzhaftlagerführer (plaatsvervangend commandant) en in 1943 volgde hij
Heinrich op als Lagerkommandant. Berg liet zich in Schoorl zelden in met
wreedheden, maar in Amersfoort mishandelde hij veelvuldig zelf gevangenen.
De niet minder beruchte SS-Unter-Schutzhaftlagerführer Joseph Kotalla trad
op als zijn de facto plaatsvervangend commandant. Berg was betrokken bij
de executie van 77 Sovjet-krijgsgevangenen en circa 200 overige gevangenen.
Onder zijn leiding waren de leefomstandigheden van de gevangenen zeer
slecht, zowel door de mishandelingen als door de veel te kleine
voedselrantsoenen.
Berg vluchtte op 20 april 1945 naar Scheveningen, maar
werd opgepakt. Hij werd in 1949 in hoger beroep ter dood veroordeeld; een
gratieverzoek werd afgewezen. Bij zijn terechtstelling in 1949 was hijzelf
de eerste die – onverwachts – het commando ‘vuur’ riep tegen het
executiepeloton in Fort Bijlmer in Weesperkarspel.
Berg werd begraven
in een anoniem graf op De Nieuwe Noorder begraafplaats in Amsterdam. Zijn
uniformlaarzen alsmede het originele bureau van de kampcommandant worden
sinds 2018 tentoongesteld in het Nationaal Monument Kamp Amersfoort
Karl Peter Berg was kampcommandant in Kamp Amersfoort van maart 1943 tot 19
april 1945.
Voor die tijd diende hij vanaf 1 maart 1942 als
plaatsvervangend commandant (Schutzhaftlagerführer) onder zijn voorganger
Walter Heinrich. In april 1945 werd het kamp overgedragen aan het Rode
Kruis.
Opvallend is dat de
commandant zich relatief goed gedroeg in kamp Schoorl, maar in Amersfoort
compleet ontspoorde.
Karl Peter Berg sloeg gevangenen met een stok, een
gummiknuppel, een dik stuk hout, een bullepees en een karwats. Hij schopte
ze met zijn laarzen. Hij onthield gevangenen die aan hongeroedeem leden het
toch al karige eten. Het is beknopte opsomming van feiten waar de commandant
zich schuldig maakte. En commandant Karl Peter Berg was niet eens de ergste
mishandelaar in Kamp Amersfoort.
Plaatsvervangend commandant Kotalla.
De gestoorde Duitse SS-er Joseph Kotalla (1908-1979) - was als
plaatsvervangend commandant van concentratiekamp Amersfoort buitengewoon
wreed en leidde verschillende vuurpelotons. In 1948 werd hij ter dood
veroordeeld voor het mishandelen en executeren van tientallen gevangenen.
Drie jaar later werd zijn doodvonnis omgezet in een levenslange
gevangenisstraf. Hij stierf in 1979 in de koepelgevangenis in
Breda.
De drie van Breda
"De Drie van Breda" waren de overgebleven drie Duitse oorlogsmisdadigers
die na de Tweede Wereldoorlog in de Koepelgevangenis in Breda werden
opgesloten. Oorspronkelijk waren dit er vier "De Vier van Breda", maar
nadat Willy Lages in 1966 vanwege ziekte werd vrijgelaten, bleven er drie
over: Ferdinand aus der Fünten, Franz Fischer en Joseph Kotalla.
De eerste twee werden uiteindelijk pas in 1989 vrijgelaten, na een langdurige periode
van gevangenschap en veel maatschappelijke en politieke discussie. Joseph Kotalla is niet vrijgelaten, hij is in de gevangenis overleden.
Plattegrond
==> Klik hier voor de plattegrond binnenterrein en het museum
==> Klik hier voor de plattegrond van het buitenterrein
Deze lange weg is door de gevangen in dwangarbeid met de schop uitgegraven.
De zwartlappen

Links op de foto staan de gevangenen, dwangarbeiders op klompen, met slecht landmateriaal op de schouder.
Eenmaal aangekomen in het kamp Amerfoort, moesten gevangenen zich uitkleden, werd men kaal geschoren, kreeg men oude dunne kapotte kleding waarvan men vermoedt dat ze nog uit de 1e wereldoorlog kwamen. Daarna werd je ingedeeld in een door de moffen bepaalde groep en had je geen naam meer maar een nummer. Mijn vader werd ingedeeld in de groep zwartlappen en kreeg als nummer 3074. Deze groep is op de foto te herkennen met gereedschappen als zeis, bijl en schop en klompen als schoeisel. Let wel alle negatieve benamingen als criminelen en zwartlappen zijn betitelingen vanuit het perspectief van de moffen. In ons land werden
deze doorgaans en zeker nu als helden, verzetsstrijders of
andere voorbeeldige mensen beschouwd. Het werk was de soms het verhelpen
van schade aan door de geallieerden gebombardeerde landingsbaan, het graven
van putten en wallen, het rooien en planten van bomen, maar vaak ook
treiterwerk, zoals het sjouwen van stenen naar de ene kan van de weg en
vervolgens de andere dag weer terug naar de oorspronkelijke kant. Dagen was
men bezig met het uitgraven en kloven van boomstronken met zeer slecht en
bot materiaal.
De voetstappen van mijn vader en andere gevangenen op de appelplaats
De apelplaats met vastgelegde voetstappen van gevangenen en op de achtergrond de 5 eikenbomen die in 1943 door de gevangen zijn geplant.
Dit zijn de 5 eikenbomen die destijds door de gevangenen als aanplanteiken werden geplant.

De appelklok
Het bouwwerk met rieten dak is nieuw gemaakt, maar de klok is nog de verafschuwde
originele appelklok die dagelijks klonk
Kampervaringen
Van 1941 - 1943 zaten in Kamp Amerfoort vooral gevangenen die tegen de ideen van de nazi's waren zoals verzetsstrijders,
communisten, maar ook gijzelaars, vermeende criminelen, waaronder
"zwarthandelaren", ca. 2.500 Joden, 271 Amerikaanse staatsburgers, 123 Jehova's
Getuigen en 100 Sovjet-krijgsgevangenen. In dit concentratiekamp heerste een
mensonterend regime van honger, mishandeling, dwangarbeid en executies.
In Kamp Amersfoort maakte mijn vader de verschrikkelijkste dingen mee. Zo
vertelde hij dat er regelmatig werd geslagen met stokken tot de mensen erbij neer vielen. Hij noemde een voorbeeld van een
uitgehongerde gevangene die 1 of 2 aardappelen had gestolen; hij werd in hun
bijzijn met een stok geslagen tot zijn ogen buiten de oogkassen hingen.
Bij het minste geringste werden gevangenen opgesloten en mishandeld in de
Rozentuin. Een mpooie naam voor een verschrikkelijke plaats. Dat was een smalle open ruimte achter de appelplaats, afgesloten
met prikkeldraad. De gevangenen daar kregen de opdracht om op commando
tegelijkertijd kniebuigingen te maken of hun pet af te zetten voor de bewaker en
die pet tegen hun eigen lichaam te slaan, zodanig dat er 1 knal te horen was.
Bij een onderbroken geluid moest dat over en zo ging dat minuten of soms uren door
totdat er een of meer gevangen bij neer vielen.
Slecht slapen en hard werken
Het was hard werken onder erbarmelijke omstandigheden met bar slecht
gereedschap moesten bijvoorbeeld stronken worden uitgegraven en gekloofd. De
fusilatie keldergang is met de hand uitgegraven, een andere keer moest men
zware stenen blokken van de ene kant van de weg sjouwen en de andere dag weer
terug, alleen om te treiteren. Ook moest men 's winters met de blote handen
harden, sommige gevangen verloren daarbij de toppen van hun vingers. De
slaapzaal kende bedden van 2 of 3 hoog met alleen een jutezak met stro, in veel
zakken zat er nauwelijks nog stro maar ze zaten wel vol met vlooien en luizen.
Het was verschrikkelijk koud en onhygiënisch.
Restanten van het Lijkenhuisje

Op de foto hierboven ziet u de restanden van het lijkenhuis, rechts het bordje
met uitleg.
Voor de leesbaarheid vermelden we de tekst op
bovenstaand bordje met uitleg hieronder:
Lijkenhuisje
Het lijkenhuisje was bestemd voor tijdelijke berging van overleden
gevangenen vanwaar zij op een bepaald tijdstip en buiten het zicht van de
gedetineerden werden weggehaald - in enkele gevallen voor vervoer per
lijkwagen naar de familie, maar meestal naar een lang tevoren in een
afgelegen dennenbos gegraven massagraf, waar de lijken in ongebluste kalk
werden geworpen. Van de stoffelijke resten is vaak niets meer,
teruggevonden. Verspreid in de omgeving zijn toch nog honderden slachtoffers
geborgen en
geindentificeerd. Vanaf 1945 tot 1951 werkte hier de Dienst
Identificatie en Berging (Koninklijke Landmacht).
In het boek "De
Afgrond" van Dr. Elie A. Cohen staat op blz 32 en 33 het volgende,
betreffende het lijkenhuisje:
Na een paar weken zei Van Zeestraten: 'Dat
Judenkommando, dat is niet best voor jou. Ik ga een lijkencommando stichten
en daar wordt jij voorman van. Jij moet de lijken hier in het kamp bij
elkaar halen en begraven'. Nou, dat deed ik, met een paar mensen. We gingen
dan met de lijken naar het lijkenhuisje. Daar stonden drie kisten, en daar
legden we dan twee lijken in (in iedere kist) als die drie kisten dan vol
waren, dan moesten we ze naar de kuil brengen. Daar kiepten .We de
kruiwagens om, en dan werden ze begraven. Dat waren dus mensen die
doodgegaan of doodgeslagen waren. U vraagt me wat me dat deed. Niks. Niet
veel. Ik dacht echt helemaal aan mezelf Ik had een luizenbaan, en of ik ze
nou wegvoerde, of een ander, dat maakte geen verschil. Ik was doodgelukkig
dat ik uit dat Judenkommando was, want dat was echt een heel berucht
commando.
(einde tekst bordje)
Onmenselijke toestanden
Omgevallen gevangenen werden afgevoerd, anderen terechtgesteld. Honderden gevangen zijn zo overleden.
Zij werden naar het lijkenhuis verderop in het kamp gebracht. Voor het transport
van de lijken werden gevangen aangewezen, die uitgemergeld en wezenloos blij
waren met dat werk, omdat hun leven zo gespaard bleef. Zij zagen zoveel ellende
dat het hen niet meer kon raken. In een kist werden 2 lijken afgevoerd en zodra
er 3 kisten vol waren werden die naar het lijkenhuis gebracht. Op het terrein
achter het lijkenhuis is een massagraf gevonden van overledenen. Alhoewel er
nadien herbegravingen hebben plaatsgevonden, is dit terrein op het huidige Kamp
Amersfoort zichtbaar in ere gehouden.


Een oude originele toegangsdeur en een stuk gerestaureerd cellenblok
Op weg naar onze wintersportvakantie in Westendorf Oostenrijk, hielden we een
tussenstop vóór München in Allersberg. Nadat de kinderen naar bed waren gebracht
gingen Marjo en ik nog even beneden wat drinken. Na binnenkomst meende ik mijn naam te
horen, maar dat kon toch niet waar zijn? Na een paar keer zei die man: "Jij bent
toch Ben Rensen"? Stomverbaasd zag ik al snel dat het de Frans en Hannie Bosman
waren. We werden gastvrij aan hun tafel uitgenodigd en na een hernieuwde
kennismaking en wat heen en weer gepraat ging het als snel over de bevrijding
van mijn vader uit Kamp Amersfoort. Alhoewel mijn vader eindeloos kon praten
over de oorlog en zijn bevrijding uit Amersfoort, hoorde ik nu pas de details
uit de mond van de bevrijders.
==> Hun spannende bevrijdingsverhaal leest u verder hieronder.
Bosman tuinen bestaat na bijna 100 jaar nog steeds, nu in Hoogland en wordt gerund door
Arie Voskuilen met kleinzonen van oprichter Henk Bosman, de broers Bas & Freek Bosman.

Dagelijks liepen de "zwartlap" gevangen 's morgens vroeg op klompen over de
Kapelweg in Amersfoort naar hun nutteloze dwangarbeid buiten en in het
strafkamp..
De Kapelweg was ook de doorvoerroute
waarlangs andere gevangenen werden afgevoerd via het spoorwegstation in Amersfoort naar vernietingskampen.


Op deze lokatie werd mijn vader door de familie Bosman op Kapelweg 42 uit de rij geplukt en bevrijd.
Hieronder ziet u de beruchte route van het Kamp over de Kapelweg.

Rechtsachter de richting naar het werk- en strafkamp
en vóór (waar mijn dochter Irmela staat) de richting naar het spoorwegstation, waar velen de weg naar hun dood vonden..
Zo gingen de bevrijders van de familie kwekerij Bosman te werk....
Aan de Kapelweg 42 in Amersfoort woonde de familie
H.G. Bosman, zij hadden een hoveniersbedrijf met een kwekerij achter de woning.
De familie Bosman kon het leed van de dagelijks voorbij trekkende
gevangenen, waarvan sommigen er meer door dan levend uitzagen niet langer
aanzien. In de zomer van 1943 waarschijnlijk op 25-6-1943 nadat mijn vader
ongeveer een half jaar gedetineerd was, maakten kinderen Frans en Joke van de familie
Bosman een bevrijdingsplan voor een van de gevangenen. Hun oog was gevallen
op een zwaar invalide kreupele man, dat was mijn vader. Ze namen doeken en
oude gordijnen mee en zodra de rij gevangenen voorbij kwam gooiden ze mijn
vader een doek over zijn hoofd, trokken hem uit de rij. Vervolgens namen ze
mijn vader in doeken gewikkeld tussen zich in, zodat hij niet meer aan zijn
kleding, zwartlap driehoek en uniforme gevangenpet te herkennen was als
gevangene. Ze namen mijn vader mee naar huis, wasten, ontluisden hem en
gaven hem net zolang te eten tot hij weer op krachten was voor de thuisreis.
Hij moest nog een heel; eind lopen.
Ondertussen hielden ze hem ondergedoken en verstopt voor de moffen in de stookruimte van de kwekerij.
Hoe kwam je thuis?
Midden 1943, dus in de oorlog, tijdens de Duitse bezetting, was het
vervoer in Nederland vooral in de steden heel anders dan vóór 1940. H.G,
Bosman kon niet autorijden en reed normaliter op een solex. Het meest gebruikte
vervoermiddel in 1943 was de fiets. En dan speciaal fietsen met houten
massieve banden, ruwe noodbanden of banden uit autobanden gesneden, want rubber was schaars en
banden werden door de
Duitsers gevorderd. Zeg maar gestolen. Fietsen werden ook heel vaak “gekannibaliseerd”
door van onderdelen van 2 of 3 fietsen samen een functionerende fiets te
mak4en. Waarom nam je niet de auto, trein
of bus? Brandstof was op rantsoen of niet meer beschikbaar de Duitser
Wehrmacht had daar prioriteit op en controle over. Openbaar vervoer bleef wel
rijden maar sterk beperkt en alleen waar de bezetter het toestond en nodig
vond. Auto’s waren in 1943 voor burgers bijna niet meer bruikbaar –
vrijwel niemand kon nog legaal benzine krijgen. Een enkeling reed
houtgestookt. Treinen reden vooral voor
Duitse militaire logistiek; sommige lijndiensten voor burgers bleven wel
naar werk,en voedsel halen gaan, maar beperkt en onregelmatig. Daarom: de
Nederlander in 1943 verplaatste zich vooral met de fiets en heel veel ook
lopend.Dat is in vrijwel alle geschiedkundige bronnen over Nederland
WOII hetzelfde beeld. Aangezien het openbaar vervoer werd gecontroleerd door de Duitsers zat er
voor mijn mank lopende vader niets anders op dan ruim 80 km voornamelijk lopen naar huis.
Op weg geholpen en uitgezwaaid door de familie Bosman aanvaardde hij vol
goede moed en succesvol de thuisreis. Voor mijn oma Toos Rensen maakt dat niet uit. Mijn vader vertelde dat ze letterlijk een gat in
de lucht sprong toen ze mijn vader in levende lijve terugzag. Ruim een jaar
later op 11-11-1944 is mijn oma Toos Rensen-Boers overleden. Zij heeft de
bevrijding van Nederland niet meer meegemaakt, dat van haar zoon vond ze
veel
belangrijker.

Aangesterkt op weg geholpen en mank verder lopen van Amersfoort naar Haarle
De familie Bosman
Familie Bosman in 1946-1947 Frans link en Bertus rechts als dienstplichting
militair klaar voor uitzending naar Nederlands Indië.
H.G.
Henk Bosman
begon in 1926 een hoveniersbedrijf achter hun huis aan de Kapelweg 42
in Amersfoort. Hij kwam vanaf de bevrijding van mijn vader na de oorlog regelmatig bij ons op bezoek met zijn kinderen Frans
en Joke en later kwamen zijn kleinkinderen, Margreet, Vivian, Hanita en hun
nichtje Monique. Henk H.G. Bosman Sr herinner ik mij als een zeer grappige
man bijvoorbeeld als hij ons ongemerkt als onderdeel van een grap een plassend hondje na lied doen. Hij overleed op 17-1-1972, Met
mijn vader ben ik nog op zijn begrafenis geweest. Ook zijn zonen, Bertus, Frans, diens
vrouw Hannie en zijn zus Joke met haar man Dagobert Keyzer herinner ik mij bij ons
thuis als graag geziene gasten. Met de oudste dochter van Frans, Margreet heb
ik nog steeds goed contact, ook zij kwam met haar zussen Vivian, Hanita en
hun nichtje Monique bij ons thuis. Nadat
de Henk jr., de zoon van Frans en Hannie, in 2001 overleed hebben oudgediende Arie
Voskuilen en 3,5 jaar later de zoons van Henk jr, Bas en Freek Bosman (kleinkinderen
van Frans en Hannie) de zaak voortgezet:
Familielijn: Oprichter Henk Bosman
- zoon Frans -zoon Henk - zonen Bas en Freek Bosman.
Frans
Bosman
Klik hier voor het huidige bedrijf van Bas en Freek bosman
Klik hier voor een AD presentatie over Bosman
Klik hier voor de geschiedenis door Paul Welling, de zoon van Riek Bosman
Klik
hier Klik hier voor het verhaal van kleinkind Paul Welling over de hobby van
H.G.Bosman
Klik hier voor Ode aan oma Ger
Klik hier voor de Kapelweg 42
Fiets met houten "band" met een flodder laagje rubber
Na de oorlog heb ik nog gereden op zo'n fiets met houten banden met een laagje rubber er omheen. Die fiets was van de familie
Laing, onze buren. Je kon er al slingerend op fietsen maar het was zwaar trappen en hoogst oncomfortabel.
Benzine was niet meer beschikbaar

Voorbeeld van een houtgestookte auto voor hotel Wientjes in Zwolle, zoals
die in de oorlog 1940-1945 werden gebruikt.
De gevolgen en het risico
voor de achterblijvers
Volgens de vrijwillige suppoosten van het kamp had
de vermissing van mijn vader tot gevolg dat de overgebleven gevangenen bij
terugkomst zwaar werden gestraft in de "Rozentuin". Als de helpers waren
gesnapt zouden ze volgens hen zeker zijn gefusilleerd.
Tocht van Vrees en Hoop vanuit het kamp over de kapelweg naar het station in
Amersfoort

Jaarlijks op 11 oktober worden, met een stille tocht van Nationaal Monument Kamp Amersfoort via de Kapelweg naar station Amersfoort, de gevangenen van Kamp Amersfoort herdacht, die op transport werden gesteld. Op 11 oktober 1944 vond het grootste transport plaats: 1439 mannen werden afgevoerd naar het beruchte kamp Neuengamme, slechts 18% overleefde.

Neuengamme lag zo'n achttien kilometer ten zuidoosten van de Duitse stad Hamburg. Het kamp werd op 13 december 1938 geopend en op 4 mei 1945 door de
geallieerden bevrijd.Publicaties Kamp Amersfoot
Voor meeer informatie zie de originele museum website van Kamp Amerfoort en
nderstaande publicatues:
==> museum website van
Kamp Amerfoort
==> Algemeen Dagblad 1
==> Algemeen Dagblad 2
==> Algemeen Dagblad 3
==> De Gelderlander: 700 vrouwen in Kamp Amerfoort
Deze publicatie heb ik kunnen maken aan de hand
van de eindeloze verhalen van mijn inmiddels overleden vader A.J. Rensen.
Ook het bezoerk aan Kamp Amersfoort samen met mijn vrouw Marjo en dochter Irmela
werkten verhelderend en inspirerend.
Met dank voor de hulp van de familie Bosman, mijn broers en zussen, Stichting Marke en vele anderen.
Heeft u suggesties, aanvullingen, correcties, opmerkingen of vragen, laat het ons a.u.b. weten.
Namens alle betrokkenen nogmaals dank en hartelijke groet,
Ben Rensen
Duikerstraat 15
7425 AT Deventer
Mobiel: 06 46 789 165
E-mail:
ben@rensen.nl
Neem hier contact met ons op voor aanvullingen of vragen
Hier gaat u terug naar de HOME pagina